Tijdens de menstruatiecyclus zorgen hormonen ervoor dat de hersenen en eierstokken met elkaar communiceren. Je lichaam bereidt zich dan voor op een zwangerschap. We bespreken de verschillende fases van de cyclus en de hormonen die hierbij betrokken zijn zoals het follikelstimulerend hormoon en luteïniserend hormoon.

Bekijk de animatie over de rol van hormonen in de menstruatiecyclus

De menstruatiecyclus duurt gemiddeld 28 dagen en kent twee belangrijke fasen; de folliculaire fase en de luteale fase.

  • De folliculaire fase

Deze eerste fase van de menstruatiecyclus noemen we de folliculaire fase en begint bij de eerste dag van de menstruatie en loopt tot aan de eisprong (de eerste 7 tot 21 dagen). Door het Follikel Stimulerend Hormoon (FSH) gaan er meerdere follikels (eiblaasjes) groeien. Slechts één follikel komt tot volledige rijping. Dit volgroeide follikel geeft een seintje aan je hersenen om een ander hormoon te gaan produceren: Luteïniserende Hormoon (LH). Door het LH-hormoon groeit deze follikel verder en springt uiteindelijk open (je eisprong). Dit betekent de start van de tweede fase van de menstruatiecyclus.

  • De luteale fase

De tweede fase van de menstruatiecyclus is de luteale fase. Deze start met de eisprong en loopt tot aan de eerste dag van de menstruatie. De folliculaire fase van de menstruatie kan variëren in duur, deze luteale, tweede fase duurt bijna altijd 14 dagen. Na de eisprong rijpt het slijmvlies van de baarmoeder verder uit. Hierdoor kan een bevruchte eicel zich innestelen en door de baarmoeder van voedsel worden voorzien. Deze uitrijping wordt gestuurd door een ander vrouwelijk hormoon, het progesteron.

De eisprong

Tijdens de uitrijping wordt de dominante follikel steeds groter. Onder invloed van het luteïniserend hormoon (LH) verandert de wand van de follikel en uiteindelijk barst deze open: dit is de eisprong of ovulatie. De eisprong vindt ongeveer in het midden van de menstruatiecyclus plaats. Kort daarvoor heeft  het LH de hoogste waarde in het bloed bereikt.

De menstruatie

Vindt er na de eisprong geen bevruchting plaats, dan sterft de eicel af en word je ongesteld. Er wordt geen progesteron en oestrogeen meer gemaakt. Een deel van de bekleding van de baarmoederwand, waar de bevruchte eicel zich had kunnen innestelen, wordt afgebroken. Die bekleding van de baarmoederwand is in feite wat je (gemiddeld 14 dagen na de eisprong) verliest tijdens de menstruatie. Vanaf de eerste dag van de menstruatie begint weer een nieuwe cyclus.

De rol van hormonen

Hormonen zijn chemische stoffen die worden vrijgelaten uit verschillende organen. Deze organen moeten samenwerken om de menstruele cyclus in goede banen te leiden. De volgende organen en hormonen spelen een rol:

De hypothalamus: Een klein onderdeel van de hersenen dat samen met de hypofyse onder meer ons eetgedrag, onze temperatuur en vochtbalans reguleert. . Heeft het lichaam meer of minder van een bepaald hormoon nodig? Dan geeft de hypothalamus met behulp van hormonen een seintje aan de hypofyse. Als reactie op een laag oestrogeenniveau produceert deze klier het hormoon GnRH (zie illustratie) om de menstruatiecyslus op gang te brengen. Het GnRH zorgt ervoor dat vanuit de hypofyse gonadotrofines vrijkomen. In het Engels heet dit ‘release’ en vandaar de naam Gonadotropin Releasing Hormone (GnRH).

De hypofyse (hersenenaanhangsel): Dit is een klier midden in het hoofd, onder de hersenen die veel hormonen uitscheidt. Deze klier produceert : onder andere het follikel stimulerend hormoon (FSH) en het luteïniserend hormoon (LH). Deze twee hormonen zijn essentieel voor de voortplanting.

Het ovarium (eierstok): Dit is het vrouwelijk voortplantingsorgaan dat oestrogeen, progesteron en eicellen produceert.

De baarmoeder: Als er een bevruchting heeft plaatsgevonden, zorgt het zwangerschapshormoon HCG ervoor dat de eierstokken progesteron blijven produceren. Vanaf de 14e week van je zwangerschap neemt de placenta in de baarmoeder (moederkoek) de aanmaak van progesteron grotendeels over.

De belangrijkste vrouwelijke hormonen zijn:

  1. Follikel stimulerend hormoon (FSH)
  2. GnRH
  3. HCG
  4. Luteïniserend hormoon (LH)
  5. Oestrogenen
  6. Progesteron

De hormonen die een rol spelen in de menstruatiecyclus

Hoe werken de vrouwelijke hormonen?

De menstruatiecyclus wordt op gang gebracht door een laag oestrogeenniveau. De hypofyse reageert hierop door meer FSH en LH aan te maken. Onder invloed van FSH begint iedere menstruatiecyclus met de groei en rijping van een tiental follikels (eiblaasjes). Al groeiende produceren de follikels meer en meer oestrogeen waardoor het baarmoederslijmvlies gaat groeien. Dit vergroot  de toegankelijkheid van de baarmoederhals voor zaadcellen. Uiteindelijke groeit er één follikel uit (tot een met het blote oog zichtbare omvang) en piekt de concentratie oestrogeen. Op dat moment scheidt de hypofyse plotseling grote hoeveelheden LH af, waardoor rond de veertiende dag van je cyclus de follikel uiteindelijk openbarst en je eisprong heeft plaatsgevonden.

In de eierstok vormen de resten van het follikel zich onder invloed van het LH nu om tot een zogenaamd “geel lichaam” (corpus luteum). Het geel lichaam maakt op haar beurt progesteron aan. Dit hormoon zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies voldoende voedingsstoffen gaat bevatten voor de innesteling van een eventueel bevruchte eicel. Een bevruchte eicel bereikt de baarmoeder vijf tot zes dagen na de eisprong. Ondertussen remt progesteron  de aanmaak van LH en FSH  om te voorkomen dat er nieuwe eicellen gaan rijpen. Het progesteron maakt daarnaast de baarmoedermond ontoegankelijk voor nieuwe zaadcelletjes. Wordt de eicel niet bevrucht, dan daalt de hoeveelheid oestrogeen en progesteron in het bloed aanzienlijk. De gevolgen van deze daling zijn de afstoting van het baarmoederslijmvlies en een bloeding (menstruatie). Daarnaast zorgt de lage oestrogeenconcentratie in het bloed ervoor dat de hypofyse opnieuw door de hypothalamus wordt geprikkeld om FSH en LH af te geven. De volgende cyclus is dan begonnen.

De menstruatiecyclus op basis van een gemiddelde duur van 28 dagen. De cyclusduur en de bloedwaarden van de hormonen verschillen tussen opeenvolgende cycli en vrouwen onderling.

Wat is de LH-piek precies?

De hoeveelheid van LH in je lichaam is zo’n 2 dagen voor de eisprong op z’n hoogst. Dat noemen we de LH-piek.

Als je zwanger wilt worden, dan is het belangrijk dat je weet wanneer deze LH-piek is. Je kunt namelijk aan de hand van dit moment, uitrekenen wanneer je vruchtbaar bent. 

LH-piek berekenen

De menstruatiecyclus van een vrouw duurt gemiddeld 28 dagen. Bij de meeste vrouwen ontstaat de eisprong veertien dagen voor de volgende menstruatie. Heb je een langere of kortere menstruatiecyclus maar is deze wel regelmatig? Dan kun je ervan uitgaan dat je je eisprong hebt, zo’n veertien dagen voordat je weer ongesteld moet worden

Eén van de eierstokken geeft tijdens deze eisprong een eicel af die gedurende 24 uur kan worden bevrucht. Het LH-gehalte in je lichaam is dan zo’n 24 tot 36 uur  op zijn hoogst (de piek dus). Heb je een regelmatig cyclus, dan kun je eenvoudig berekenen wanneer de eisprong plaatsvindt en je dus het meest vruchtbaar bent.

Bereken je vruchtbare dagen

Heb je een onregelmatige cyclus dan kun je ook een ovulatietest gebruiken. Deze test vertelt je precies wanneer jij je LH-piek hebt en dus vruchtbaar bent.

Als je zwanger wilt worden, dan is het belangrijk dat je weet wanneer deze LH-piek er is. Je kunt namelijk aan de hand van dit moment, uitrekenen wanneer je vruchtbaar bent. 

Waarom noemen we HCG ook wel het zwangerschapshormoon?

Na de eisprong ontstaan uit de restanten van het opengebarste follikel het “geel lichaam”, een tijdelijke klier waar progesteron wordt aangemaakt. HCG (humaan choriongonadotrofine) zorgt ervoor dat het “geel lichaam” niet wordt afgebroken en  progesteron blijft produceren. Dit progesteron is weer belangrijk voor de innesteling van een bevruchte eicel en het behoud van een gezonde placenta (moederkoek) tijdens je zwangerschap. Het HCG wordt tijdens een menstruatiecyclus slechts in zeer kleine hoeveelheden door de hypofyse afgescheiden. Voorafgaand aan een eisprong is het dan ook nauwelijks meetbaar in het bloed. Dit verandert aan het begin van een normale zwangerschap. Dan wordt HCG namelijk in grote hoeveelheden aangemaakt door jouw embryo en later door de placenta. De hoeveelheid HCG verdubbelt hierdoor bijna elke twee dagen en wordt hierdoor goed meetbaar in je bloed en urine. Alle zwangerschapstesten zijn in de basis gebaseerd op de bepaling van de hoeveelheid HCG in je bloed of urine. We noemen dit hormoon daarom ook wel het “zwangerschapshormoon”